Reisverslag Cevennen

Standplaats Meyrueis (Frankrijk, Cévennes) 

Zaterdag 6 september 2008 – Vertrek naar de Cévennes – Frankrijk.

Na de nodige voorbereidingen vertrokken Fred Mooijekind, Jan Barnhoorn en de gebroeders Compier (Herman en Jos) ’s morgens om 04:00 uur naar Meyrueis, 1.100 km. verderop, voor onze jaarlijkse fietsweek. Herman en Jan hadden de inkopen gedaan voor de komende week, Fred zorgde voor het vervoer en Jos voor de reservering van een mobile home (sta caravan) op camping Le Capelan. De Cévennes is een prachtig mooi gebied met een heel groot nationaal park, iets ten westen van de Ardeche. Zuid-Frankrijk dus. Om 17:00 uur kwamen we (helaas met regen) aan bij 3 sterren camping Le Capelan, 500 meter ten noorden van Meyrueis. De camping zal er perfect verzorgd uit en onze eerste indruk werd in de dagen daarna bevestigd, niet in de laatste plaats door de fantastische Suzanne uit Slowakije, het meisje met de mooiste blauwe ogen die we ooit gezien hadden!

Na onze spullen uitgepakt te hebben en met het eerste biertje geproost te hebben op een geslaagde week (het zou niet bij dit ene biertje blijven…..) gingen we ons voorbereiden op de ritten van de komende dagen. Van de camping hadden we verschillende uitgestippelde routes op papier gekregen met daarbij de hoogte verschillen. Dit was een perfect hulpmiddel bij het bepalen van de routes. Daarnaast gebruikten we de wegenkaart van Michelin nr. 526 Languedoc-Rousillon. Dit is overigens ook de wegenkaart van de Ardeche, dus dat is wel handig. ’s Avonds snel koolhydraten stapelen (macaroni, klaar gemaakt door onze superkok Herman den Blijker).

 

Zondag 7 september 2008 – Een rustige eerste rit om erin te komen.

De 1e dag van een fietsweek moet je altijd rustig beginnen met een korte rit, om de benen te laten wennen aan de plaatselijke omstandigheden, om de buurt te verkennen en om er zo achter te komen hoe zwaar de Cévennes nu eigenlijk zijn. Deze eerste rit bracht ons langs de Gorges du Trevezel en de Causse Noir. Voor de Franco Analfabeten onder ons (de Francofielen weten het nl. al); een Gorges is een kloof, ontstaan door het uitslijpen van de zachte bodem door een rivier en een Causse is een hoogvlakte, ofwel het gebied tussen verschillende Gorges in. Gorges du Trevezel betekent dan ook ‘kloof van de rivier de Trevezel’. Tijdens deze rit vielen ons direct al een paar dingen op: 1. Het gebied was ongelooflijk mooi, een schitterende natuur. 2. Er was heel weinig verkeer, heel anders dan bijv. in de Alpen of de Dolomieten. 3. De beklimmingen en afdalingen waren heel goed te doen, met percentages tussen de 3 en 6 procent, met af en toe een uitschieter naar 8 of 10 procent. We spreken hier dan ook over het middengebergte. De route die wij volgden was als volgt:

Vanuit Meyrueis richting het zuiden over de D986 richting de Mont Aigoual. Na 13 km. rechtsaf op de D252 richting Treves. Na 5 km. rechtsaf de D157 op. Na 6 km. bereikten we Treves, een klein ingeslapen dorpje. De komende dagen zouden we nog veel meer kleine ingeslapen dorpjes tegenkomen. Vanuit Treves de D157 blijven volgen tot aan Cantobre, prachtig gelegen boven op een rots, met schitterende huizen gebouwd langs een diepe afgrond. Vanuit Cantobre klimmen naar Revens via de D991 en de D159. Let hier op! Op de kaarten staat D159, maar op de bordjes langs de weg staat D131! Vanuit Revens de D159 vervolgen richting Languejols. Binnen Languejols een korte steile klim! Vanuit Languejols de D47 volgen richting Meyrueis. Eerst nog 5 km. op en af en daarna de D986 linksaf opdraaien voor een prachtige afdaling naar onze standplaats. Na 68 km. bereikten we het gezellige centrum van Meyrueis met zijn terrasjes en restaurantjes. Tijdens het verplichte bakkie koffie met appelpunt, gevolg door 2 heerlijke glazen tapbier, waren we het er alle vier over eens. De Cévennes is één van de mooiste gebieden die je als fietser kan wensen! De natuur is prachtig (heel veel groen), het gebied is heel rustig en de hele dag door zie je prachtige panoramische vergezichten als gevolg van de vele Gorges die hier liggen. Onze verwachting was dat we hier langere tochten konden maken dan in de Alpen, Dolomieten, Provence of Ardeche, maar niets is minder waar. Ook hier heb je te maken met veel klimmen en dalen. Wij besloten dan ook om onze tochten te bepreken tot 60 á 80 km.

 

Maandag 8 september 2008 – Corniche de Cévennes.

Vandaag een lange rit, omdat onze ervaring ons heeft geleerd dat je aan eind van de week niet meer in staat bent om lange ritten te maken. Of dat komt door onze slechte conditie of door overmatig drankgebruik laat ik in het midden…. Fred besloot vandaag niet mee te fietsen, maar om ons met de auto te begeleiden, zodat er extra drinken en eten mee kon en er mooie film- en foto opnames gemaakt konden worden. En dat is zeer zeker gelukt! Fred ontpopt zich steeds meer van coureur tot ploegleider en regisseur! Er ligt nog een hele mooie toekomst voor die jongen in het verschiet! Maar goed, de route van vandaag:

Vanaf de camping naar het dorp en via de D996 naar de Col de Perjuret. Direct een klim van 11 km. van 4%. Een heerlijke klim om erin te komen! Op de top van de Perjuret rechtsaf de D18 op richting Cabrillac. Bij Cabrillac linksaf de D19 op richting Col Salides. Dit was allemaal klimmen. Boven op de Col Salides weer een prachtig uitzicht, wat ons weer deed stoppen voor een stukje film en een paar foto’s. Hierna afdalen via de D907 naar St. Andre de Valbourge. Dan linksaf de D10 en de D61 op richting Le Pompidou. Hierbij weken wij af van de route die wij van de camping gekregen hadden gehad, omdat wij erachter waren gekomen dat we door de vele stops vanwege de prachtige vergezichten niet de gehele route konden afleggen. Vanaf Le Pompidou via de D9 verder klimmen richting de Col de Solperiere. Dit is een zware klim, Alpen waardig! Bij de Col de Solperiere linksaf de D49 op richting Racoules. Ook hier sneden we een stukje van de oorspronkelijk beschreven route af. Vanaf Racoules borden Meyrueis volgen. Via de D996 weer de Col de Perjuret op, maar dan van de andere kant dan we vanmorgen hadden gedaan. Vanaf de Perjuret afdalen naar Meyrueis. Een rit van 90 km.. De oorspronkelijk beschreven route is 30 km. langer. Het was zonnig weer, 24°. Het was maar goed dat Fred met de auto mee was, want het extra eten en drinken kwam vandaag heel goed van pas.

 

Dinsdag 9 september 2008 – Mont Aigoual, ofwel in het spoor van Tim Krabbé (De Renner).

Tim Krabbé, broer van Jeroen en oom van Martijn, was in de jaren ’70, naast schaakgrootmeester, een begenadigd amateur wielrenner, die zijn wedstrijden in Frankrijk reed. Hij heeft in 1978 een boek geschreven, De Renner, die door velen gezien wordt als één van de beste wielerromans die ooit geschreven is. De Renner beschrijft een wedstrijd waar Tim Krabbé in 1977 aan mee heeft gedaan en die te boek staat als ‘de Ronde van de Mont Aigoual’, een klassieker van 170 km. met start en finish in Meyrueis met o.a. de beklimming van de Mont Aigoual, de hoogste berg van de Cévennes met zijn 1.567 m. Als je in de Cévennes bent, dan moét je de Mont Aigoual gedaan hebben, zodat je de sfeer van De Renner kunt proeven. Doe je dit niet, dan hoor je er niet bij! De rit van vandaag mag dan ook letterlijk en figuurlijk als het hoogtepunt van deze week gezien worden.

Het is vanzelfsprekend dat wij niet de gehele Ronde van de Mont Aigoual gedaan hebben, maar slechts het rondje Aigoual zelf, met een lus van 20 km. extra (het eigenlijke rondje is maar 60 km.). Vanuit Meyrueis de D986 op richting Mont Aigoual. Vanaf het begin direct klimmen, 30 km. á 5%. Jos had de filmcamera en fototoestel van Fred meegenomen, zodat er onderweg vanaf de fiets gefilmd kon worden. En dat is super gelukt! Voor het nageslacht is vastgelegd dat Fred heel goed reed! Met een prachtige mooie tred, in zijn eigen tempo, reed hij in één ruk door naar de top. Ik vermeld niet meer wat we onderweg gezien hebben, want onze verbazing over de omgeving was nu al opgeraakt. Boven op de top was het winderig en koud, dus snel been- en armstukken aan en daarna afdalen via de D18 naar Cabrillac en de Col de Perjuret. Vanaf de Col de Perjuret verder afdalen tot aan Meyrueis. Hier zaten we aan de 60 km. Omdat het nog vroeg was en we benieuwd waren of we gieren konden spotten, zijn we niet naar het centrum gereden, maar hebben we de D986 genomen. Na 10 km. klimmen hadden we nog steeds geen gieren gezien en zijn we teruggekeerd en afgedaald naar Meyrueis.

 

Woensdag 10 september 2008 – Rustdag (Lazy Day).

Na 3 dagen fietsen met veel klimmen hadden de benen rust verdiend. Wij benutten deze dag door de te gaan kijken naar de gieren en het viaduct van Millau. De Cévennes is mede een gebied van de gieren, prachtige, gigantisch grote vogels. Ongeveer 30 km. van Meyrueis vandaan, langs de D996, de weg waar Camping Le Capelan aan ligt, ligt Belvedere des Vautours (Belvedere is frans voor Uitkijkpunt en een Vautour is een Gier, vandaar). Hier is een tentoonstelling over de gieren ingericht, worden er films vertoond en kunnen wandeltochten onder leiding van een gids gedaan worden. Daarnaast is er een groot platform vanwaar je met verrekijkers naar de gieren kunt kijken. Eerlijk gezegd viel het ons tegen. Wij dachten dat we de gieren van dichtbij konden zien, maar dat was helaas niet het geval. Wat dat betreft had Jos het jaar daarvoor, toen hij met zijn gezin in de Provence was en door de Gorges du Verdon reed, meer geluk, want daar vlogen ze vlak voor je neus voorbij! Nadat Fred op het lumineuze idee kwam om te filmen via de verrekijker, wat prachtige beelden heeft opgeleverd, zijn wij doorgereden naar Millau. Die is een stad van 20.000 inwoners, waar de rivier de Tarn doorheen stroomt. Een paar jaar geleden is hier het hoogste viaduct ter wereld geopend, het viaduct van de A75 bij Millau, 340 m. boven het dal van Tarn. Voorheen moesten reizigers naar het zuiden richting Spanje door Millau zelf. Bij dit viaduct is ook een tentoonstelling ingericht met film. Hier waren wij veel enthousiaster! Wat een ongelooflijk sterk staaltje van techniek hebben die Fransen hier neergelegd! Wij kwamen superlatieven tekort. Vooral Fred en Jan, die toch als de twee techniekverslaafden van ons vier gezien moeten worden (de gebroeders Compier hebben zo weer hun eigen specialisaties). Nadat we in het centrum van Millau een bakkie met appeltaart genuttigd hadden, zijn we teruggekeerd naar Meyrueis voor een biertje en uit eten op een buitenterras in het centrum.

 

Donderdag 11 september 2008 – Boven op de Causse Mejean.

Vandaag een mooie, rustige rit van 70 km. met een paar listige klimmetjes. Vanuit Meyrueis de D986 op, direct 8 km. klimmen tussen de 4% en 6%, richting La Parade en vervolgens Carnac. Dan linksaf de D43 op. Na 3 km. linksaf de D16 op. Onderweg natuurlijk weer prachtige vergezichten over de Gorges du Tarn. We reden alle vier heerlijk relaxed. Bij Roc du Serre is een Belvedere (uitkijkpunt) aangelegd, maar wij reden zo makkelijk en waren zoveel aan het praten onderweg, dat we die helaas gemist hebben! Vervolgens afdalen naar Le Bruel. Daarna kregen we richting St.Pierre-des-Tripiers een vreselijk steile klim á la Redoute en Keutenberg te verwerken, dus meer dan 20% stijgingspercentage! En dat niet een paar honderd meter, maar een paar kilometer! Dit was vreselijk afzien, maar we hebben het alle vier gered zonder af te stappen, wat wij zelf als een bijzondere prestatie aanmerkten en we hebben elkaar dan ook uitbundig gefeliciteerd. Het zal begrijpelijk zijn dat Fred de meeste complimenten gekregen heeft. Vanaf deze plaats nogmaals; Fred, je hebt super gereden! Na deze klim een afdaling van 9 km. en doorrijden tot aan La Parade. Hier rechtsaf de D986 op richting Meyrueis. Het is dan nog 12 km. met de laatste 8 km. afdalen. Tot slot natuurlijk weer de dagelijkse afsluiting in het centrum met koffie, gebak en bier!

 

Vrijdag 12 september 2008 – Een korte laatste rit om het af te leren.

Zo aan het eind van de week word je het toch wel een beetje zat. Iedere dag veel kilometers, veel klimmen en veel bier en wijn gaat je niet in de kouwe kleren zitten! Omdat het weer verslechterde (het was gelukkig de hele week droog gebleven en lekker warm, maar niet te warm) en wij ’s middags wilden inpakken voor de terugreis van zaterdag, besloten we er een kort rondje van 40 km. van te maken. Vanuit het centrum van Meyrueis bij de rotonde rechtsaf de D39 op richting Veyreau. Direct weer 4 km. klimmen á 5%. De D39 gaat over in de D584, nog steeds richting Veyreau. Vanuit Veyreau de D584 blijven volgen tot voorbij Vessac. Daarna linksaf de D29 op richting Lanuejols. Dit is een stuk van 9 km. boven op de Causse Noir. Hier kregen wij gezelschap van 6 gieren die vlak boven ons vlogen (dat hadden we bij Belvedere des Vautours niet meegemaakt…). Bij Lanuejols linksaf de D47 op richting Meyrueis. 5 Km. verderop komt de D47 uit op de D986. Vanaf hier is het 6 km. dalen tot in het centrum van Meyrueis. Het was weer een prachtige rit die ook gebruikt kan worden om een fietsweek in de Cévennes mee te beginnen. Alleen jammer dat het niet zo’n mooi weer was. Er stond een dunne, kille wind, het was duidelijk dat de herfst het ging winnen van de zomer. Maar het mocht de pret niet drukken, want onderweg hebben we volop en uit volle borst gezongen!

Bij terugkomst hebben we de mobile home schoongemaakt en ’s avonds zijn we heerlijk gaan uit eten in een restaurant in Meyrueis, daarna naar de camping om de rest van de spullen in te pakken en dan vroeg naar bed.

 

Zaterdag 13 september 2008 – Terugreis.

Wat is er over een terugreis te vertellen? Niets eigenlijk, behalve dan dat we alle vier stil waren van de indrukken die we de afgelopen week hadden opgedaan. De Cévennes is echt een ongelooflijk mooi wandel- en fietsgebied, waar we zeker nog een keer naar terug zullen keren. Meyrueis is een heerlijk dorp, met een gezellig centrum met terrasjes en restaurants. Het is een prachtige uitvalbasis voor heel veel mooie ritten. Het ligt in het dal van de rivier de Jonte (Gorges de Jonte dus!), wat betekent dat je vrijwel altijd direct moet klimmen, maar de beloning komt in de vorm van prachtige afdalingen aan het eind.

We hebben dan ook weer een superweek gehad. Herman was onze perfecte kok, die ’s morgens voor het ontbijt zorgde, inclusief broodjes uit de oven, jus d‘orange en een gekookt eitje en ’s avonds heerlijke pasta maaltijden voorschotelde. Jan zorgde ervoor dat de boel netjes aan kant bleef (stofzuigen op de rustdag!). Fred zorgde voor de film, foto’s en technische aanwijzingen. En Jos haalde ’s morgens croissantjes en ’s middags een fles wijn bij Suzanne in de campingwinkel, filmde onderweg op zijn fiets, zorgde voor muziek en verzorgde de routes en het reisverslag. Al met al een perfect op elkaar ingespeeld team. Na een rit van 13 uur (Fred, bedankt voor de veilige thuiskomst) kwamen we ’s avond om 22:00 uur aan in Noordwijk(erhout), zat onze week erop en konden onze vrouwen ons weer in hun armen sluiten!

 

Ben benieuwd waar we in 2009 naartoe zullen gaan…….

 

Jos Compier